Inleiding tot het 7i-model

Na het schrijven en publiceren van ons theoretisch kader hebben we een aantal ‘best practices‘ in Nederland onderzocht. Dit hebben we gedaan door verschillende organisaties te analyseren via deskresearch om vervolgens deze gegevens te verduidelijken in een diepte-interview. Het deskresearch bestaat uit analyses van de instellingen aan de hand van van het 7I-model, ontwikkeld door Rachelle van der Linden en Marco Derksen. (Linden, van der R. & Derksen, M., 2011) De uitgebreide analyses naar de organisaties volgens het 7I-model (deskresearch & interviews) worden op deze Best Practices pagina gepubliceerd. Het 7I-netwerkmodel is geïnspireerd op het 7S-model van McKinsey, een model waarin de

7i-model (Marco Derksen)

7i-model (Marco Derksen)

kwaliteit van prestaties van een onderneming wordt gemeten aan de hand van de volgende waarden: Shared Values, Strategy, Structure, Systems, Style, Staff en Skills. (Dam, van N. & Marcus, J., 2005, p. 54) Het 7i model analyseert organisaties op grond van 7 andere, kritische aspecten, die van belang zijn voor een succesvolle netwerkorganisatie. Het zijn van een netwerkorganisatie behelst de factoren die wij in ons theoretisch kader hebben beschreven (zoals meer vrijheid, transparantie en samenwerking). We hebben gekozen voor het 7i model van Van der Linden en Derksen omdat we op deze manier niet alleen de interne organisatie en externe communicatie van organisaties in kaart kunnen brengen, maar ook zicht hebben op de mate waarin organisaties vernieuwingen succesvol doorvoeren. De zeven aspecten waaruit het model is opgebouwd zijn Identity, Internal stage, Insights & Knowledge, Innovation, Inspiring Network, Interaction en Instruments. Deze aspecten zijn zowel individueel van belang, als in verbinding met elkaar. De i’s Identity, Internal Stage, Instruments en Innovations richten zich op de interne organisatie en de i’s Insights & Knowledge, Inspiring network en Interaction zijn extern gericht. We zullen kort de verschillende aspecten toelichten, aan de hand van het lectoraat ‘Innovatie in de private sector’. (Os, van R., 2013)

Identity (identiteit)
Dit kan omschreven worden als de kern van een organisatie. Wat is het karakter van de organisatie? Wat zijn de missie en visie van de organisatie en hoe verhoudt zij zich tot de maatschappij? In hoeverre wordt de bedrijfsidentiteit gedeeld, zowel intern (bij medewerkers) als extern (bij stakeholders)?

Internal Stage (interne organisatie)
Deze I draait om de interne organisatie. Hoe is de organisatie georganiseerd: plat of hiërarchisch? Is de organisatie (in)formeel? Ligt de verantwoordelijkheid in het bedrijf alleen bij de leiders of bij alle werknemers? Op welke manier is de organisatie zichzelf aan het vernieuwen?

Insights & Knowledge (inzichten en kennis)
Het inzicht dat de organisatie heeft in zichzelf als organisatie en hun consumenten/stakeholders staat bij deze I centraal. Heeft de organisatie inzicht op wat er op de markt gebeurt, en hoe verwerven ze dit inzicht? Weet de organisatie wat de stakeholders willen. Wat doet de organisatie vervolgens met deze inzichten?

Innovation (innovatie)
De vernieuwende en innoverende kracht van de organisatie wordt bij deze I geanalyseerd. Op welke manier vernieuwt de organisatie zichzelf? Durft een organisatie bestaande patronen te doorbreken  en op welke manier worden de stakeholders betrokken bij het innovatieproces van de organisatie?

Inspiring Network (inspirerend netwerk)
Het netwerk van de organisatie bestaat uit mensen en organisaties met wie ze kennis kunnen uitwisselen. Bij deze I wordt geanalyseerd wie er in het inspirerende netwerk van de organisatie zit. Deelt de organisatie kennis met een inspirerend netwerk? Door welke organisaties laat ze zich inspireren? Kan een organisatie kennis uit andere branches gebruiken vertalen naar de eigen organisatie?

Interaction (interactie)
De I van interactie is nauw verbonden met de I van inzicht. De organisatie moet interactie met de stakeholder aangaan om inzicht te verwerven. Is het duidelijk wie de klant is? Op welke manier gaat een organisatie interactie aan met de stakeholders? Wordt dit op een reactieve of pro-actieve manier gedaan?

Instruments (instrumenten)
De I van instrumenten gaat over de randvoorwaarden van een organisatie. Over welke faciliteiten beschikt een organisatie? Dit kunnen zowel beleidsmatige faciliteiten zijn (op welke manier staat de organisatie open voor netwerkende medewerkers op gebied van regelgeving) en technische faciliteiten (wat is de technische infrastructuur van een organisatie).


PadUni

Advertenties

Wij presenteren: ons Theoretisch Kader!

Net als alle onderdelen van ons project is ons theoretisch kader geen document dat voor het hele thesistraject vaststaat. Wij hebben dit kader op dit moment geschreven als een fundament waarmee wij onze thesis, zoals de naam al doet vermoeden, inkaderen. Dit hebben we gedaan aan de hand van drie thema’s:

  1. De veranderende samenleving;
  2. Van 1.0 naar 3.0;
  3. Veranderingen binnen organisaties.

Om de site leesbaar te houden, kopiëren en plakken wij hier niet ons volledige theoretisch kader, maar uploaden we de bestanden onderaan dit bericht. Zo kan de geïnteresseerde lezer ons volledige theoretische kader lezen. Op deze plek publiceren we het een samenvatting waar we de belangrijkste bevindingen uit de theorieën benoemen.

Thema 1
Het eerste thema focust zich op cultuurverandering. Het boek dat hiervoor de theorie verschaft is Digitale Communicatie (Driel, van H. 2005). De bijdrage van Geno Spoormans focust zich op de transitie van een orale cultuur naar een schriftcultuur, gevolgd door de beeldcultuur en daarna de digitale cultuur waar de samenleving momenteel in zit. Deze ‘culturen’ hebben ieder specifieke kenmerken die zijn weergegeven in afbeelding 1. Lees verder